"Jullie hebben nog tien jaar"

De opheffing van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders

De inrichting van de Markerwaard had de laatste grote klus van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders moeten worden. Halverwege de jaren tachtig werd duidelijk dat die polder er waarschijnlijk niet zou komen. In 1989 werd de RIJP opgeheven. Die delen van de dienst die nog taken uitvoerden in de nieuwe gemeenten van Flevoland, werden overgeheveld naar de nieuwe Directie Flevoland van Rijkswaterstaat. Dit gold ook voor de Sociaal-Economische Hoofdafdeling, waarover Jan de Graaf destijds de scepter zwaaide. De Graaf vertelt:

Smit-Kroes en Van Duin

Op een gegeven moment, toen besloten was om de Markerwaard niet te maken, kregen wij van – toen nog - mevrouw Neelie Smit-Kroes de opdracht:

“Jullie hebben nog tien jaar, en dan moet alles klaar zijn, en dan moet alle personeel weg zijn, en ik wil ook geen gedonder over extra geld horen. Je ziet maar hoe je het oplost. Op een gegeven moment worden jullie klein. De Dienst der Zuiderzeewerken hoeft geen nieuwe dijken meer te bouwen. Er is nog geen Directie van Rijkswaterstaat. Jullie worden samengevoegd (dat gebeurde in 1989) en dan gaan jullie een reguliere Rijkswaterstaatdirectie vormen.”

Dat was dus Flevoland inclusief de Afsluitdijk. [...] Dat duurde van ’89 tot ’96. In ’96 waren we klaar. Met onze boerenafkomst zaten we tussen die wegenbouwers en waterbouwers. Wij snapten hen niet en zij snapten ons niet. [...] Toen ik hoofd Sociaal-Economische Ontwikkeling van Directie Flevoland was maakte ik de wekelijkse directievergaderingen mee. Ik zei al: wij snapten hen niet en zij snapten ons niet. Wij waren met zijn tweeën, Bart Fokkens en ik. Hij van Landinrichting. Wij deden gewoon onze eigen dingen. We hadden wel het voordeel dat de HID [Hoofdingenieur-Directeur, red.], Cees van der Wildt, wel afkomstig was van de RIJP. Hij wist er meer van dan onze collega poot-hoofden. [...]

Wij maakten in het begin bij de RIJP ook wel bestemmingsplannen. Eigenlijk moesten gemeenten dat doen. Streekplannen waren een taak van de provincie. Je begint in een gebied waar niets is. Je bent een pioniersdienst. Maar je begint met een vooropgezette bedoeling dat je dat tijdelijk doet totdat er genoeg mensen zijn om een normale samenleving te maken. Dat begon in de Wieringermeer en dat had moeten eindigen in de Markerwaard. [...] Het was een pioniersdienst, maar met de vooropgezette bedoeling: als het klaar was, droeg je het over.

Bron: Batavialand te Lelystad, Project 50 jaar OFW, interview met Jan de Graaf, 9 oktober 2018.

Alle rechten voorbehouden