De paardenhoefpolders in Myanmar

De Irrawaddy speelt een zeer belangrijke rol in de economie van Myanmar. De rivier mondt uit in de delta, waardoor het water uiteindelijk via de verschillende takken van de rivier de zee instroomt. Op college aan de TU-Delft vertelde Prof. Adriaan Volker ons mooie verhalen over de “paardenhoefpolders” in deze delta.

Dijk langs een van de riviertakken van de Irrawaddy rivier

Dijk langs een van de riviertakken van de Irrawaddy (foto Adriaan Volker; collectie Adriaan Volker, Erfgoedpark Batavialand te Lelystad).

Paardenhoefpolders zijn polders die aan de bovenstroomse kant en langs de aangrenzende rivieren door dijken worden beschermd tegen overstroming. Aan de benedenstroomse kant ligt, of lag er oorspronkelijk geen dijk, want dat was door de helling in het landschap in elk geval aanvankelijk niet nodig. Op deze wijze maakten de dijken de vorm van een paardenhoef. Het overtollige water kan of kon aan de benedenstroomse kant vrij naar de rivier afstromen. Aan de bovenstroomse kant zijn er één, of enkele inlaten voor irrigatiewater, waardoor een min of meer uitstekend waterbeheer mogelijk is.

Aangezien na inpoldering ook in de polders in de delta van de Irrawaddy een zekere mate van bodemdaling is opgetreden en er sprake is van geleidelijke zeespiegelstijging, is in een aantal van de polders inmiddels ook aan de benedenstroomse zijde een dijk aangebracht, met in de regel een uitwateringsluis erin.

Een gevaar voor dit type polders wordt gevormd door cyclonen waarbij water vanuit de zee de riviermondingen in wordt gestuwd en daarmee ook in de benedenstroomse kant van de polders. Dit heeft zich bijvoorbeeld in 2008 voorgedaan tijdens de cycloon Nargis. Door deze cycloon vielen er 140.000 slachtoffers en ondervond 770.000 hectare rijstvelden schade. De schade werd veroorzaakt door overstromingen en het binnendringen van zout water.

Bij de polders die helemaal omgeven zijn door dijken vindt de waterafvoer onder zwaartekracht plaats. Hierbij fluctueert het waterpeil in de afvoerkanalen al naar gelang de afvoer van overtollige regenval, rivierwaterstanden en beheer van de uitwateringsluizen. Tijdens het natte seizoen accumuleert het regenwater doorgaans in de polders. Waar mogelijk wordt overtollig water via de uitwateringsluizen afgevoerd naar de aangrenzende rivier. Tijdens het droge seizoen is het waterpeil in de kanalen in de polders doorgaans lager dan het waterpeil in de aangrenzende rivieren. In de kustzone worden deze peilen beïnvloed door de getijfluctuatie.

Wanneer er verziltingsproblemen kunnen optreden, moeten de sluizen zo worden bediend dat het zoute rivierwater de polders niet kan binnendringen. Daarom zijn er in de sluizen twee soorten schuiven: automatische kleppen aan de rivierzijde om te voorkomen dat rivierwater de polder instroomt, en aan de polderzijde verticale schuiven om de opslag van zoet water te regelen en overtollig water af te voeren als dat nodig is. De schuiven in de polders in de Irrawaddy-delta bediend volgens een eenvoudige regel. Dat is de schuiven openen op 15 mei en de schuiven sluiten in de tweede helft van september. De kleppen openen in de regel automatisch door het verschil in waterniveau.

Zoals hiervoor gemeld vindt in de polders in de Irrawaddy-delta ook een zekere mate van bodemdaling plaats. Dit kan vooral in de veengronden worden veroorzaakt door oxidatie en inklinking van de bovengrond, maar vooral in de stedelijke gebieden door diepe onttrekkingen van grondwater, waardoor met name de bovenliggende kleilagen kunnen gaan inklinken. Zo is in de hoofdstad Rangoon een inklinking van twee tot elf centimeter per jaar gemeten. Dit is aanzienlijk sneller dan de huidige zeespiegelstijging die in de orde van grootte van 0,3 centimeter per jaar is.

Alle rechten voorbehouden

Media