Polders in de delta van de Wisła

De Wisła (in het Duits Weichsel en in het Engels Vistula) is met een lengte van 1.048 kilometer veruit de langste rivier van Polen.

Een van de waterlopen in Gdansk

Eén van de waterlopen in Gdańsk, gelegen aan de westelijke tak van de Wisła bij de uitmonding in de Oostzee (foto Bart Schultz).

Alle rechten voorbehouden

In de delta van de Wisła ligt de bodem tussen 1,8 meter beneden (bij Żuławy Wiślane) en tien meter boven zeeniveau. In de delta liggen daarom verschillende polders, met een totale oppervlakte van zo’n 170.000 hectare. Het gebied onder de 2,5 meter beneden zeeniveau wordt de Lage Venen genoemd.

Op basis van het niveau van de bodem worden drie soorten gebieden onderscheiden:

  • het gebied onder gemiddeld zeeniveau, 45.000 hectare;
  • het gebied met een bodem op 0,0 tot 2,5 meter boven zeeniveau, 72.000 hectare;
  • het gebied hoger dan 2,5 meter boven zeeniveau, 53.000 hectare.

Het overtollige water van het hogere gebied kan gedurende het grootste deel van het jaar onder zwaartekracht worden afgevoerd. Het overtollige water van de andere gebieden wordt afgevoerd door gemalen. De bemalen gebieden beslaan in totaal zo’n 120.000 hectare en worden bemalen door 115 gemalen.

De eerste inpolderingen in de delta van de Wisła (toen nog Weichseldelta) vonden plaats in de veertiende eeuw. Vanaf 1740 zijn op initiatief van de Pruisische koning Frederik II op grote schaal polders aangelegd op basis van het Hollandse landaanwinningsmodel. Bij verschillende van deze inpolderingen zijn ook Nederlandse kolonisten betrokken geweest. Een aantal van hen waren Mennonieten. In een artikel uit 2006 beschrijft Zbigniew Chodyla onder andere de Nederlandse betrokkenheid bij inpolderingen in de Weichseldelta, waarbij hij drie perioden onderscheidt:

  • vijftiende-zestiende eeuw: in totaal 233 nederzettingen in de moerassen rond Danzig (tegenwoordig Gdańsk) en langs de Weichsel;
  • 1660-1795: 977 nederzettingen, waarvan een aantal in de Weichseldelta;
  • 1795-1864: 300 nederzettingen, waarvan een aantal in de omgeving van Danzig. 

Als je van Nederland langs de kust van de Oostzee (Baltische Zee) naar het oosten vliegt zie je achtereenvolgens Duitsland, Polen, de Russische enclave Kaliningrad, Litouwen en Wit-Rusland. Je ziet dan zeer grote verschillen in de verkaveling, waarbij Polen eruit springt door de vele zeer kleine kavels vergeleken met de omringende landen en gebieden. Eén van de redenen hiervoor is dat in de voormalige DDR en Sovjet-Unie sprake was - en vaak nog sprake is - van zeer grootschalige landbouw op kolchozen en sovchozen. Zelfs in de communistische tijd is het in Polen echter nooit gelukt om het grootschalige landbouwsysteem in te voeren en bleven de kleinschalige kavels bestaan. Voor de delta van de Wisła had dit overigens ook tot resultaat dat er vele oude dijken liggen.

In 1978 heb ik samen met een collega van TU Delft tijdens een studietour het gebied bezocht. De Hollandse invloeden waren inderdaad op enkele plaatsen in de bebouwing zichtbaar. Een Poolse collega sprak mij zo’n tien jaar geleden aan hoe we in Nederland de ruilverkavelingen deden. Ze wilden namelijk in de delta van de Wisła de waterbeheersingssystemen en de bescherming tegen overstromingen verbeteren, maar door de kleinschalige verkaveling was dat toch wel een zeer grote opgave. In feite was dus eigenlijk eerst een ruilverkaveling op grote schaal nodig, waardoor men dan wel langs andere weg dan in de communistische tijd alsnog tot grotere kavels zou moeten komen met een daarop afgestemd waterbeheer en bescherming tegen overstromingen.

Ik ben recent niet meer over de delta van Wisła gevlogen, maar op Google Earth is te zien, dat er op vele plaatsen in de delta nog steeds sprake is van de kleine kavels. Het zal dus nog wel even duren, voordat de gewenste verbeteringen tot stand zijn gebracht.

Alle rechten voorbehouden

Media