De Dadahup-polder in Zuid-Kalimantan

In de laatste jaren van de regering van president Soeharto had Indonesië het plan opgevat om een miljoen hectare laaglandgebied in de provincies Zuid- en Centraal-Kalimantan te ontginnen en ontwikkelen, vooral voor het verbouwen van rijst. Op het ministerie van Publieke Werken was een projectteam opgericht dat de plannen voor de ontginning en ontwikkeling van het gebied moest maken. Daarnaast hadden ook andere ministeries hun inbreng, vooral het ministerie van Landbouw.

Uitwateringsluis in een primair kanaal

Uitwateringsluis in een primair kanaal Kalimantan, Indonesië (Foto Bart Schultz; Batavialand, collectie Bart Schultz).

Alle rechten voorbehouden

In 1998 was op een aantal plaatsen al een begin gemaakt met de ontginning van het gebied. Op uitnodiging van het ministerie van Publieke Werken heb ik, na twee eerdere bezoeken aan het gebied in 1986 en in 1995, enkele delen van het ontgonnen gebied bezocht om de plannen die het projectteam op het ministerie had gemaakt te bekijken en daarna in Jakarta te bespreken.

Na aankomst in Jakarta en enkele gesprekken op het ministerie vertrok ik met enkele leden van het projectteam naar Banjarmasin in Zuid-Kalimantan. De volgende ochtend zouden we met een speedboot naar het gebied varen en daar dan enkele dagen een aantal relevante plekken bezoeken. We hebben toen de ontgonnen gebieden Dadahup en Lamunti bezocht. Dadahup ligt aan de westkant langs de rivier Barito en Lamunti ten westen van Badahup. De speedboot was in dit uitgestrekte gebied eigenlijk de enige mogelijkheid om in korte tijd enkele gebieden te bezoeken, want wegen waren in die tijd vrijwel niet aanwezig.

Voor de laaglandgebieden wordt in Indonesië onderscheid gemaakt tussen getijdegebieden en riviergebieden. Waterstanden in de getijdegebieden worden vooral bepaald door het getij op de aangrenzende zee en opwaaiing vanuit zee. In de riviergebieden worden de waterstanden vooral bepaald door de natte en de droge moesson. Dadahup en Lamunti liggen voor een deel in de overgangszone van riviergebied naar getijdegebied. Door de hoogteligging van het land en de te verwachten bodemdaling door ontginning was inpoldering noodzakelijk.

Na de nodige gesprekken onderweg hebben we terug in Jakarta de plannen doorgenomen. Er was al een redelijk goede bodemkaart beschikbaar, waaruit het onderscheid tussen kleigronden en veengronden kon warden afgeleid. Dit is voor de ontwikkeling van laaglandgebieden in de humide tropen van essentieel belang. Kleigronden klinken weliswaar in door ontginning, maar dit is een aflopend proces, dat na een aantal jaren tot stilstand komt. Je kunt vooraf redelijk bepalen hoeveel bodemdaling te verwachten is. Bij veengronden is de situatie anders. Deze gronden blijven na ontginning met zo’n 10 tot 15 centimeter per jaar zakken. Hierdoor kunnen ze uiteindelijk zo laag komen te liggen dat het overtollige water door bemaling moet worden afgevoerd, wat voor landbouwgebieden bij de grote hoeveelheden neerslag niet betaalbaar is.

In het gebied lag ongeveer 600.000 hectare veengrond en 400.000 hectare kleigrond. Dadahup en Lamunti liggen op goede kleigronden, dus daar zou het wel goed gaan. Voor het hele gebied was echter een ontwikkelingsplan gemaakt. We hebben toen besproken dat, gezien de te verwachten problemen, de veengronden niet zouden moeten worden ontgonnen. Het projectteam heeft dit toen ook gemeld. De politiek besliste echter anders, want, zo werd gezegd, “een miljoen hectare is een miljoen hectare”.

In het veengebied is het vervolgens redelijk snel fout gegaan en daardoor raakte vrijwel het gehele project in het ongerede, inclusief de goede kleigebieden. In Dadahup, circa 25.000 hectare, was het systeem van primaire, secondaire en tertiaire kanalen toen al aangelegd. Rond de hele polder was een dijk aangelegd met elf inlaat- en uitwateringssluizen. De uitwateringssluizen waren stuwen met klepduikers, die afhankelijk van het gewenste waterbeheer konden worden geopend en gesloten. Eigenlijk een keurige polder. Helaas was sindsdien ook deze polder, door gebrek aan beheer en onderhoud, in het ongerede geraakt, vooral door het stukgaan van de klepduikers, waardoor een goed waterbeheer niet meer mogelijk was.

De huidige regering van Indonesië heeft besloten om op Kalimantan een nieuwe hoofdstad te bouwen.  De ontwikkeling is inmiddels in volle gang. Er is ook besloten om in de nabijheid van de nieuwe stad de voedselproductie te verhogen. Hierbij speelt ook de Dadahup-polder een belangrijke rol. In 2021 ben ik hierbij weer betrokken geraakt. Vanwege de Coronapandemie hebben we ongeveer een jaar lang zoommeetings met de betrokkenen binnen het ministerie van Publieke Werken gehad. De Dadahup-polder wordt inmiddels weer opgeknapt. Wanneer het beheer en onderhoud nu wel goed volgehouden kan worden kan de polder een belangrijke rol spelen voor de voedselvoorziening van de nieuwe hoofdstad.

Alle rechten voorbehouden

Media