Janus van Arendonk trok van kamp naar kamp

Mens en machine trokken achter het water aan. Janus van Arendonk zag als trekkerchauffeur zo veel kampen: Kadoelen, Oostvaart, Luttelgeest, Schoterbrug en Lemstervaart.

We gingen toen van Oostervaart naar Luttelgeest en toen later ben ik naar Schoterbrug gegaan. En toen later ben ik weer naar Lemstervaart gegaan en toen naar Rutten. Dat betekende gewoon dat we ieder keer met die machines opschoven, met diezelfde tractor om zo maar te zeggen die voor die dingen stond. Die stond ook voor een dorskast, dus dat betekende ook dat je dorsmachinist werd. Dat betekende gewoon bij de zomerdag greppels trekken en in het najaar en bij winterdag dan moesten de klampen gedorst worden. Maar dat had dan alleen betrekking op de tractor. Daar zat een dorspoelie op die dat moest doen. Maar dan kreeg je de functie van dorsmachinist. Maar in het voorjaar of bij de winterdag ging je natuurlijk niet voor drie, vier weken verhuizen. Nee, dan ging je niet verhuizen.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met de heer Janus van Arendonk door Twan van Meijel, 25 februari 2011.

Alle rechten voorbehouden