Schaftketen in een oneindig landschap

De Directie van de Wieringermeer had schaftketen laten maken om de mannen in de Noordoostpolder tegen de regen te beschermen. Piet de Zeeuw waardeert de goede bedoeling, maar het verplaatsen van die keten viel niet mee. Ze waren afschuwelijk zwaar.

Schaftketen NOP

Noordoostpolder, 1942. Schaftketen met duintjes op kavel P 75 (foto Directie van de Wieringermeer).

Alle rechten voorbehouden

Kijk, de Directie Wieringermeer, die had schaftketen gemaakt zodat je in de open vlakte toch een beetje beschut zou zitten. Ze werden eigenlijk gemaakt voor acht personen, die konden er in zitten. Maar in de regel zaten er tien in. En ja, ik weet niet wat die dingen wogen, maar misschien wel 100 of 150 kilo, of misschien wel meer. En die moesten verplaatst worden hè. Afschuwelijk was dat.

Die schaftketen waren van die houten huisjes en dan was er een uitbouw aangemaakt. En daar zaten van die handgrepen aan, die waren een meter bij dat ding. En dan moest je die met vier man oppakken. Dat was afschuwelijk gewoon. Als je ze eenmaal op de rug had, redde je het wel, maar om ze naar boven te krijgen, was een… Nou ja, het was natuurlijk voor de mensen die er gebruik van maakten, maar het gebeurde bijvoorbeeld ook wel dat ze aan het werk waren en dat er dan regen was. Dan kon er niet gewerkt worden en dan moesten ze blijven, je mocht niet naar huis toe. Soms zaten die mensen twee tot drie uur in zo’n schaftkeet. En moet je denken in november ja. Het was een koude bedoening toentertijd.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met de heer Piet de Zeeuw door Hillie de Jong, 9 februari 2011.

Alle rechten voorbehouden

Media