De eerste ringslang

Al in 1950 vond Henk Veringa een dode ringslang. De ringslangen in de polder zijn waarschijnlijk ‘meegelift’ met schepen dat vanuit de veengebieden materialen aanvoerden voor de drainage.

ringslang

Ringslang (foto Piet Spaans - Eigen werk, CC BY-SA 2.5, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1895324)

Die hele groep (ringslangen), die is trouwens - en dat had je vroeger meer - met het verplaatsen van producten (aangevoerd). En dat werd bijvoorbeeld met binnenvaartschepen gedaan en dat was turf dat bij drainage werd gebruikt. Er werden  buisjes in de grond gelegd, van sloot naar sloot en dan, om de zoveel meter - al naar gelang de structuur van de grond, of die rijk aan zand was of niet - werden die buisjes erin gelegd en daar omheen werd een laagje turfmolm gedaan. En ik kom uit het veengebied en daar werd dat gewonnen van hoogveen. En dat waren hele grote rollen. Er zaten latten overheen, met draad werd dat zo bij elkaar gehouden en dat ging in binnenvaartschepen, kleintjes. En dat werd opgeslagen, net als de drainagepijpen die kwamen. Met die boten mee zijn vermoedelijk ook slangen meegekomen, vanuit dat veen, de bovenlaag. Nou ja, die leefden hier verder en daar vond ik toen in 1950 mijn eerste ringslang. Maar helaas was hij al overleden. Hij was al doodgeslagen. Mensen houden niet van slangen, terwijl een ringslang een zeer nuttig dier is. Maar ja, dat maakt niet uit.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer H. Veringa door Anke van Zwoll op 29 november 2012.

Alle rechten voorbehouden