Graan, koolzaad, luzerne... en bomen

De Noordoostpolder werd aangelegd ten behoeve van de Nederlandse voedselvoorziening, maar niet alle grond is voor landbouw gebruikt

graanoogst

Graanoogst in de Noordoostpolder, jaren veertig (Batavialand, collectie J. Pander).

Alle rechten voorbehouden

De eerste oogsten in de polder bestond uit gewassen die diep wortelden. Ze moesten de grond gereed maken voor de akkerbouw. Rinus van der Weele werkte daar als arbeider aan mee. Hij vertelt:

Ja (als eerste gewassen) graan en koolzaad. Later, toen er meer geteeld werd, kwam er ook nog luzerne bij. Dat is ook zo’n product dat diep wortelt en dat is goed voor de ontwikkeling zeg maar, dat de grond cultuurrijp wordt hè. Dat was in eerste instantie om de grond goed cultuurrijp te maken, dan kon je ze uitgeven. Met de eerste uitgifte zijn ze in 1947 begonnen en toen in 1949 weer en zo is dat doorgelopen. En ja, ook weer zoiets, heel recent.

Tegenwoordig zie je wel eens dat ze een huis bouwen, een grote brok met geld en een beetje massa. En dat ze in zo korte tijd zoveel boerderijen neer kunnen zetten. Een boerderij neerzetten, dat is nogal wat. Je kan zo’n grote schuur aan huis aanleggen, maar dat is toch ook weer in feite vlot ontwikkeld. Je vroeg naar de natuur, de grond in cultuur brengen en landbouwgewassen erop, dat is al natuur natuurlijk. Maar wij zitten aan de rand van de polder. Bijvoorbeeld bij Kuinre is minder geschikte grond voor landbouwgewassen en dergelijke. Daar gingen ze bomen inplanten en bossen. In de buurt van Kuinre is behoorlijk wat bos. En bij Kraggenburg, daar is keileem, dus eigenlijk ook minder geschikt voor de landbouw. Dus op die gebieden die voor de landbouw een beetje minder kwalitatief goed waren, daar zijn bossen gekomen. Bij Urk is ook zo’n gebied.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer M.A. van der Weele door Anke van Zwoll op 14 september 2012.

Alle rechten voorbehouden