Bossen scheppen mogelijkheden voor vogels

In de randen van de nieuwe bossen werden veel struiken aangeplant, zodat de dieren gemakkelijk voedsel konden vinden. Al gauw werden de bossen dan ook bevolkt door veel verschillende vogels. Job Vis vertelt:

bos

Nou ja, wat ik vertelde over die dwergsterntjes, die hebben dus gebroed op dat voormalige zanddepot, op 53. Dat was inderdaad echt op die plek, dat was zo. En later, veel later, kwamen er ook bijzondere soorten zoals de raaf bijvoorbeeld in Roggebotzand, die daar gebroed heeft. Maar we hebben ook buizerds gehad, die er vanaf het begin heel veel waren, en valken. Die hebben allemaal in het bos gebroed. Uilen hebben in het bos gebroed. Ja, eigenlijk bijzondere roofvogelsoorten. De raaf is wel de meest bijzondere soort in de oude bossen, afgezien van die zeearend die bij de Oostvaardersplassen rondzwierf. Die hebben we trouwens ook gehad in het Roggebotzand. Daar hebben we ook een zeearend gehad. Een zeearendpaartje. Maar dat zijn de bijzondere soorten.

Maar waar het mij toch vooral om ging, was eigenlijk toch de hoeveelheid hè. De mogelijkheden die je schept voor veel soorten, voor heel veel vogels. En niet eens hoeven dat bijzondere soorten te zijn, dat mogen ook gewoon huisvogels zijn: merels, lijsters enzovoort. (…) De randen in de bossen; je moet vooral veel struiken in de randen zetten. Dus dat die beesten voedsel konden vinden. Maar er was zo veel voedsel voor die dieren, dat was ongekend gewoon. Eigenlijk hoefde je daar niets speciaals voor te doen.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer Job Vis door Carine Nieuwenhuis op 20 maart 2013.

Alle rechten voorbehouden