Waarom werkgevers gezinshereniging stimuleerden

Werkgevers hielpen hun gastarbeiders met het laten overkomen van hun gezinnen. Larbi Ben Alilou, voormalig sociaal werker in Lelystad, legt uit waarom.

1 geïnteresseerde

Voor de bedrijven is gezinshereniging de zekerheid dat de werknemer langer zou blijven. Vroeger was het zo: ik woon bijvoorbeeld in Amsterdam en werk op Schiphol. Iemand belt me en zegt dat hij in Leiden een goede werkgever heeft. Ik heb niets te verliezen: ik hoef geen huur op te zeggen, pak mijn koffer en ga naar hem toe. Dan kom je weer in een pension, je deelt de kamer met hem en je bent klaar. Maar als je hier je gezin hebt en een woning, dan zit je gewoon vast. Dan kun je niet zomaar gaan verhuizen. Je kunt niet zomaar de huur opzeggen. Je moet eerst goede huisvesting vinden en pas dan kun je de huur opzeggen. Een werkgever heeft dan gewoon een garantie dat zijn werknemer langer bij hem zal blijven werken. Dat is van beide kanten. De werknemers die toen zijn meeverhuisd naar Lelystad waren al langer bij het bedrijf werkzaam waren en dat waren goede krachten. Ze kenden het werk, ze konden van alles doen en ze maakten heel veel overuren. En sommigen werkten ook ’s zaterdags en ’s zondags. Er was in die tijd heel veel werk. En zodoende hadden die Marokkanen allemaal werk, er was niemand die werkloos was. De familieleden kwamen naar hier. Er werd soms met bonussen gewerkt. Als ik bijvoorbeeld een familielid of een vriend naar de werkgever haalde, dan kreeg ik tachtig of honderd gulden, dat was afhankelijk van de functie en het aantal uren dat die persoon ging werken. Dan kreeg hij ook een premie. Dat was in die tijd overal het geval.

Een Marokkaanse werknemer van NV Kohal in Lelystad, 1971.

Een Marokkaanse werknemer van NV Kohal in Lelystad, 1971.

Alle rechten voorbehouden

Bron: Project Nederlanders – Wereldburgers, interview met Larbi Ben Alilou op 23 oktober 2012 te Amsterdam.

Alle rechten voorbehouden