Het leven in en rond Kamp Marknesse, 1944-1945

1 geïnteresseerde

Jaap Boekee vertelt:

boerderij Marknesse 1943

Boerderij in de omgeving van Marknesse, ca. 1943 (Batavialand, collectie Roel Winter).

Alle rechten voorbehouden

“We waren in december 1943 één van de eerste inwoners van Marknesse. Dat heette toen nog Dorp B. Er waren wat woonarken en enkele woonwagens, waarin gezinnen woonden. Verder waren er twee arbeiderskampen en er was een centraal magazijn van de afdeling Cultuur van de Directie van de Wieringermeer. Voor de rest stonden er enkele loodsen. Ook was er particulier bedrijf gevestigd. Ene Spits uit Blokzijl had daar een depot voor de opslag van kolen die hij leverde aan de arbeiderskampen. In de winter 1943-1944 woonden er zo’n vijftien gezinnen.

Mijn vader was aan de rand van de polder ploegbaas bij de afdeling Cultuur. Ik heb sterk het vermoeden dat ze mijn vader in verband met de school naar Marknesse hebben overgeplaatst, omdat het gezin dan meeverhuisde. Hier woonden enkele gezinnen met schoolgaande kinderen en wij hadden twee schoolgaande kinderen. Met elkaar konden we een schooltje vormen van negen kinderen. Ik vermoed dat de Directie van de Wieringermeer gewoon heeft gezegd heeft: ‘Boekee heeft nog twee kinderen en die kan daar ook mooi terecht.’ Het was een éénklassig schooltje dat tot de bevrijding is blijven bestaan. Toen zat mijn schooltijd er ook op. Ik had toen acht klassen op de lagere school doorlopen.

Ik ben toen twee dagen in de week naar de lagere landbouwschool in Sint Jansklooster gegaan en de overige dagen werkte ik bij op een cultuurboerderij van het grootlandbouwbedrijf. Ik was toen veertien jaar. Hier werkte ik als - noem het maar - ‘duvelstoejager’. Ik hoefde niet het hele zware werk te doen, maar ik mocht met een span paarden werken. Mijn ouders wilden een boerderij in de polder. Mijn vader had contact met Jos Rommes en hij zei tegen hem: ‘Jij moet Jaap alles leren, want straks moet hij op mijn boerderij werken en dan moet hij wel wat kunnen.’ Rommes begeleidde mij goed. Ik leerde ploegen, zaaien, schoffelen met een bietmachine en mocht zo nu en dan wel eens op een wieltractor rijden. Ook deed ik een soort boodschappendienst-transportwerk met paard en wagen, en ook op de fiets, en wat werkzaamheden op het erf. Ik vond dat soort werk best wel leuk. Mijn loon was vijftien cent per uur. Reken maar uit: vijftig uur maal vijftien cent. Ik kwam met 7,5 gulden thuis.”

Bron: Batavialand te Lelystad, Interview met Jaap Boekee, 8 oktober 2002.

Alle rechten voorbehouden