"Ze waren extreem zwaar bewapend! Dat was voor een razzia echt niet nodig"

De grote razzia in de Noordoostpolder vond plaats met zwaar materieel en zwaar bewapende Duitsers. Achteraf werd voor Jan van Roeden en zijn familie duidelijk waarom. "Het was een verraden zaak."

willy

De volgende dag, ’s morgens vroeg, moesten alle vrouwen onder de 45 mee. Mijn zusters moesten ook mee, maar mijn vader verzette zich daartegen. Toen kwam er een of andere officier binnen, niet zo’n schoft. Toen zei mijn vader: "Neem mij dan maar mee." "Nee," zegt hij, "we moeten die vrouwen voor de keuken hebben en ik ben daar verantwoordelijk voor. Die vrouwen gaan naar de keuken, die moeten voor het hele garnizoen aardappels schillen en er zal hen niets gebeuren. Daar krijgt u mijn woord voor." Mijn vader liet merken dat hij daar niet zoveel vertrouwen in had. Mijn moeder zei nog: "Jan, houd toch je mond."

Nee, mijn vader had geen grote mond, maar hij was altijd nogal direct en zei nog: "Waar zijn jullie mee bezig?" Toen zei die officier tegen hem: "Wat dacht u? Dat we wisten dat we jullie allemaal moesten oppakken? We zijn hier met boten en ander zwaar materieel gekomen, omdat er landingen in de polder plaatsgevonden hadden. We hadden opdracht dat er in de polder troepen geland waren. En we zijn nog niet op de wal of we krijgen het bericht: alle mannen oppakken."

Ze hadden niet alleen maar autootjes bij zich, je had moeten kijken wat voor geschut ze bij zich hadden. Ze waren extreem zwaar bewapend! Dat was voor een razzia echt niet nodig. Ze hebben de polder zo geruisloos mogelijk benaderd en omsingeld. En veel materiaal en manschappen zijn via het water gekomen. Dat is zeer tactisch geweest, want geen mens heeft ze eigenlijk zien aankomen.

Mijn zussen werden dus meegevoerd naar de keuken. Die meiden moesten aardappels schillen, groente schoonmaken en de keuken schoonhouden voor al die moffen. Die Duitsers hebben die nacht gewoon in Ramspol geslapen. Mijn zus Willy vond het allemaal al niet zo lekker wat er aan de hand was, die had wat gezien. Ze zijn in de keuken aan het werk, tegen de avond nog. Er komt een vent binnen, stomlazarus, een Nederlandse SS’er. Hij loopt zo naar mijn zus toe: "Jij hebt mij een Ausweis gegeven, jij hebt me bonnenboeken, jij hebt me vrijwaringskaarten gegeven dat ik hier kon werken." En Willy zegt: "Het was waar, ik had er veel meer gegeven en ik had al mensen gezien die me zo bekend voorkwamen." En laat nou net die man binnenkomen die tegen mijn vader had gezegd "je krijgt mijn woord, ik zal zorgen dat er niks gebeurt". Die komt binnen en die schopt die vent de deur uit en excuseert zich nog. Die meiden zijn ook helemaal niet lastiggevallen. Helemaal niet.

Willy zegt ook: "Het is een hele verraden zaak geweest." Zij had die mensen papieren gegeven, dat waren zogenaamde onderduikers. Maar ze had tijdens de razzia een paar SS’ers herkend, die ze valse papieren had gegeven. Die lui bleken dus in het leger te zitten. Mijn zus zat niet officieel in het verzet, maar ze deed wel allerlei hand- en spandiensten voor het verzet. Ze zat op kantoor. DK2 was een soort distributiekantoor. Daar werd meer voor het verzet geregeld. Mensen die gezocht werden, kregen valse documenten om zo deportatie naar Duitsland te ontlopen. Je had veel landarbeiders, boerenknechten en grondwerkers die normaal een werkvergunning kregen, want deze mensen waren nodig, maar je had ook advocaten, onderwijzers, kunstenaars, enz. die moesten onderduiken. Zij kregen valse documenten waarin ze geregistreerd stonden als landarbeider. Die laatste groep had nog nooit een schop in de handen gehad en die hadden het dan ook echt zwaar in de polder.

Er zat in die polder natuurlijk een hele organisatie van de ondergrondse. Er werden ook wapens gedropt enzo, dat hebben we ook wel gezien. Ik heb het één keer gezien. ’s Avonds om een uur of elf zag ik allemaal lichten op een kavel. Toen dacht ik: "Wat is dat toch?" Toen zei oom Tom Nieburg, die zat ondergedoken in de barak naast ons, later tegen mij: "Er zijn wapens gedropt." Het is ook wel eens geweest dat ze doorvlogen, dat ze een seintje kregen dat ze het niet moesten doen. Dan gingen ze weer terug.

Bron: Batavialand te Lelystad, interview met Jan van Roeden, 19 maart 2014.

Alle rechten voorbehouden