Lelystad in de problemen

Lelystad was in de jaren zeventig niet voor iedereen een aantrekkelijke woonstad. Toch denkt William van der Meulen, verantwoordelijk voor de stadspromotie in de latere gemeente, dat de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders goed werk heeft geleverd. De echte problemen ontstonden pas in de jaren tachtig:

drugs

Er was in Lelystad een ballotage tot aan opheffing van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Je moest als mogelijke nieuwe inwoners goedgekeurd worden, door de selectie komen. Volgende vraag was of je dan nog wel wilde. En niet iedereen wilde dan nog. Om de komst naar Lelystad aan te moedigen kreeg je daarom een huurprijsverlaging met als titel 'ontberingstoeslag', ook wel een rimboetoeslag genoemd.

De Rijksdienst heeft het goed gedaan gezien de taakstelling. Dat was een stad bouwen als oplossing voor de woningnood in Amsterdam. Recreatie, voorzieningen en sociale samenhang waren niet de hoofdtaak van de Rijksdienst, maar een belangrijke bijzaak.

Er waren twee Amsterdamse instromen. De allereerste instroom van inwoners in 1967 was goed. Dat waren Amsterdammers die wilden doorgroeien naar een woning met tuin. Dat waren prima inwoners. Die kwamen vrijwillig hier naar toe. Ze waren blij met een tuin, de natuur, de ruimte en ze onderhielden de boel goed. Tot er in Amsterdam druk op de woningmarkt kwam en de Amsterdamse Dienst Herhuisvesting tegen mensen zei dat ze behalve naar Purmerend ook naar Lelystad konden. Dat was de tweede instroom en die bestond uit Amsterdammers die zich gedwongen voelden om te verhuizen vanwege sanering in bepaalde wijken. Die instroom bepaalde het gedrag en mede daardoor het imago van Lelystad. Sommigen vervielen in kleine criminaliteit. Dat waren mensen uit saneringswijken, niet de sociaal sterkeren.

 

Alle rechten voorbehouden