"Bram, jij hier?"

Een gepensioneerde boer verhuist naar de Noordoostpolder

Abraham Hoogendoorn, de vader van Jan Hoogendoorn, was jarenlang boer in de Wieringermeer. Na zijn pensionering wilden hij en zijn echtgenote bij hun zoon in Marknesse gaan wonen. Zij moesten daar nog wel een huis hebben. Jan Hoogendoorn vertelt hoe zij daar aan kwamen:

Marknesse Zeeuwse boer

Zeeuwse boer in Marknesse, jaren vijftig (Batavialand, collectie Roel Winter).

Alle rechten voorbehouden

Vader was zo gecharmeerd van het hele pioniersschap en heel die ontwikkeling, want hij is daar mee opgevoed. In 1956 hield vader op met boeren. Mijn jongste broer heeft nu de boerderij. Hij had daar een huisje naast de boerderij gebouwd, een klein huisje, om daar te kunnen blijven. Maar dat lukte niet. […] Ik zag al gauw dat het daar niet goed ging. Ik zeg:

"Vader, jij komt naar Marknesse toe. Met drie maanden heb ik hier een huis staan."

Dat huis heb ik gebouwd. […] Ik wist dat hier een huis gebouwd zou worden. Dat was het eerste particuliere huis, de eerste vrije woning. De palen lagen hier aan de overkant van de weg. Ze zouden gaan heien. Toen ging het niet door. De eigenaar zei: "Ik zie er toch tegen op om in de polder te gaan wonen."

Ik zei tegen mijn vader: 

"Je moet zo gauw mogelijk bij me in de polder komen, dan gaan we naar Zwolle toe - daar zat de Directie - om de vergunning te halen."

En dat is weer een soort kruiwagen. Die ga je niet zoeken, die krijg je, hoor. In Zwolle zat de heer Van Eck, dat was de hoofdarchitect van de inrichting van deze polder. Van Eck is wel bekend. Wij gingen op een vrijdagmiddag naar zijn kantoor toe. "Bram, jij hier?" Hebben ze een uur lang verhalen zitten vertellen over de Wieringermeer uit de tijd dat ze daar pioniers waren.

Ik zei op een gegeven moment:

"Nu ben ik aan het woord, meneer Van Eck. We komen ergens voor. U heeft daar op het bureau een brief liggen van de heer die en die, die het huis zou bouwen aan de Lage Sluiswal, en die heeft het opgezegd. Het gaat niet door."

Hij zei: "Ja inderdaad. Hier heb ik het." Ik zei:

"Ik zou graag de bouwvergunning van hem overnemen. Kan dat?"

Hij zei:

"O, jawel. Dat doen we even. Je mag er niets aan veranderen, maar het is toegestaan. Ik zal de naam veranderen in J. Hoogendoorn, Lage Sluiswal."

De maandag erop was ik aan het palen heien. Eer dat het herfst was, was het huis klaar. Hebben we het zaakje opgehaald. Vader en moeder hebben hier een leven opgebouwd, wij zorgden ervoor. Ze zijn ook in deze polder begraven. Hun rustplaats is hier.

Bron: Batavialand, project Oral History, komst van de eerste bewoners, interview met Jan Hoogendoorn op 22 november 1995.

Alle rechten voorbehouden