Mens en boompjes verdwenen in de brandnetels

Na werk bij allerlei boeren in de Noordoostpolder en een baan bij Philips in Drachten, komt Henk Braad in 1963 in dienst bij Staatsbosbeheer. Het Urkerbos is zijn eerste klus.

Brandnetel

Grote brandnetel (foto Frank Vincentz - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2513895).

Het Urker bos. Ik wist eigenlijk van het bos heel weinig af en van bomen. Ik ben daar gekomen en het eerste werkje was: ik moest kunstmest bij de populieren gooien met nog iemand. Maar dat was eigenlijk een beetje summier materiaal. Er was een karretje gemaakt van een paar fietswielen. Daar moesten de zakken met kunstmest op en zo moesten wij lopend het bos in. Zie maar dat wij daar kwamen. Aan de Vormtweg stond een schuurtje dus. Daar vandaan gingen we altijd naar het werk. En vanaf ongeveer half mei tot halfweg november stonden we altijd aan de zeis. Dat ging eerst om de boompjes die geplant waren. Die kwamen zo in het onkruid te staan, brandnetels en stekels. Dus die moesten vrij gemaaid worden. En zo´n beetje eind juni of eind mei moesten we sloten maaien, infiltratiesloten. Die moesten voor halfweg juni er uit. Dat konden we nooit helemaal redden. En daarna gingen we de afvoersloten doen, dat moet halfweg juli klaar zijn.

En dan had je een week vakantie. Maar als je dan terugkwam, moest je in augustus weer dat onkruid maaien tussen de boompjes. Want die brandnetels waren soms twee meter hoog. We hebben wel eens gehad dat we elkaar niet konden zien dus, al stonden we drie of vier meter van mekaar af.En de boompjes ook niet. En daar moest je de boompjes uitzoeken van nou, 80 centimeter. Maar, waarom maaiden we dat af? Als het ging regenen en die stekels gingen naar beneden hangen, dan namen ze de boompjes ook mee en dan knapten ze af als het ware of waren ze helemaal verbogen dus hè.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland. Interview met de heer Hendrik Braad door Twan van Meijel, 18 mei 2011.

Alle rechten voorbehouden