Een greppel had voorrang boven een scheepswrak

Alles in de polder moest even recht en strak. Dus als er scheepswrakken gevonden werden, moesten ze worden opgeruimd. Niet dat bomen met zo’n scheepswrak zaten, die vonden hun weg wel, vertelt boswachter Ties Hanssens.

Waterschip

De echte scheepswrakken waren bij de kavelindeling van de polder al ontdekt. Toen het kaal was en de oppervlakten ingedeeld werden in kavels van 300 bij 800 meter, toen zijn er eigenlijk al scheepswrakken ontdekt. Met name die stukken die boven water uitstaken. Daar zijn ze aan het graven gegaan en verschillende daarvan zijn goed onderzocht. Allerlei materialen die daar rondom gevonden zijn, zijn weer ondergebracht in het museum in Lelystad, maar ja, later toen het bos werd, is er eigenlijk verder niks meer mee gedaan.

Er zullen wel verscheidene wrakken liggen daar ergens, want met het graven van die sloten en die greppels kwam je wel van die brokken tegen. Die moesten toch verwijderd worden. Dat was nog een heel karwei, maar die greppel had voorrang. Het water moest weg kunnen en je ging er niet met een boogje omheen. Alles moest even recht en strak in de polder. Maar ik ben nog wel verschillende keren mee naar zo’n scheepswrak geweest. Die archeoloog legde mij dan van alles uit van de hoed en de rand en hoe die mensen toentertijd geleefd hebben en wat ze vervoerden.

Aan de natuur kun je niet zien of er een scheepswrak heeft gelegen hoor. Nee, de bomen groeien er vrolijk om door, of er nou een wrak onderligt of niet. Dat valt niet meer terug te halen. Een boom gaat overal, die zet zijn wortels overal tussen. Als je dat in de bergen ziet bijvoorbeeld, hoe een boom zich staande houdt op die rotsen, dat is onvoorstelbaar. Die wortels zoeken elk spleetje op om zich staande te houden. Ja, dat is wonderlijk.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, interview met Ties Hanssens door Hillie de Jong, 11 januari 2011.

Alle rechten voorbehouden