Wonen op het werkeiland: boodschappen van het vasteland

Bob Flobbe beleefde, samen met een groepje andere kinderen, de jeugd van zijn leven op werkeiland Lelystad!

De Dr. C. Lely.

Een stukje dijk van 1000 meter lang, 30 meter en plaatselijk 100 meter breed. De meeste atlassen geven het nog niet aan. Zelfs niet met stippeltjes. Daar komen wij te wonen. Wat tegenwoordig, in 2010, de Pioniersstraat heet. Een eilandje met altijd dezelfde gezichten om je heen. Twee uren per boot naar de dichtstbijzijnde winkel. De tien huismoeders hebben elk een boodschappenboekje. Daar schrijven ze in welke kruidenierswaren ze willen hebben van kruidenier Petersen (Gereformeerd) in Harderwijk of kruidenier Bos (Hervormd) er tegenover. Zo ging dat in die tijd. Als om 19.00 uur de tweede (= laatste) boot van die dag aankomt, worden de boekjes ingeleverd bij mijn vader, de kapitein van de Dr. C. Lely. Samen met een houten kist waar de naam van de eigenaar op staat. De volgende morgen 9.00 uur in Harderwijk worden de kisten en de boekjes opgehaald en om 11.00 uur gevuld aan boord gebracht. Ook slager Uitdenbosch en bakker Kelderman leveren voor 11.00 uur de bestellingen af aan boord. Om 13.00 uur komt de Dr. C. Lely in de haven van Lelystad en met een stoot op de fluit weet iedereen dat de boodschappen er zijn.

Het brood voor het arbeiderskamp wordt in de kampkeuken op Lelystad zelf gebakken. Maar alle groente aardappelen en andere levensmiddelen voor het kamp komen per boot uit Harderwijk. Normaal ligt de boot van 9.00 uur tot 11.00 uur aan de kade in Harderwijk. Mijn vader, de kapitein, is al gauw de tussenpersoon die in Harderwijk op het postkantoor zaken voor de eilandbewoners regelt. Hij hoeft niet in de rij te staan, maar er is dan een speciaal loket waar hij terecht kan. Op zaterdag vaart de boot maar één keer en blijft dan een uur langer in liggen in Harderwijk, zodat de eilandbewoners boodschappen kunnen doen. De eilandbewoners varen gratis mee.

Ingezonden verhaal: Bob Flobbe, september 2011.

Alle rechten voorbehouden