Oprichting van de Stichting Welzijn in Oostelijk Flevoland

1 geïnteresseerde

Secretaris R. Prins uit Biddinghuizen vertelt:

Dronten: De keuken van een voorbeeldwoning

Naar aanleiding van een artikel van dominee Aalbers in het kerkblad waarin hij zich bezon op de verdere ontwikkeling van de samenleving. Wel waren er diverse verenigingen opgericht, maar er ontbrak nog iets, te weinig samenhang misschien? Waren we voorbereid op wat komen gaat? Er is een gesprek gekomen met dominee Aalbers en vertegenwoordigers uit de samenleving. Dit was het eerste overleg. Hoe zou de samenleving gestuurd moeten worden, daar waar al problemen zijn en wat was er voor de toekomst te verwachten? We hebben daarna nog veel vergaderd. Dominee Aalbers was inmiddels vertrokken. Een paar jaar later waren we zover dat de statuten van de nieuwe stichting gereed waren. Het doel was: de ontwikkeling van de samenlevingsopbouw te begeleiden en voorkomen dat fouten in het verleden elders gemaakt, hier niet herhaald zouden worden.

De Stichting Welzijn was een zelfstandige stichting, niet gebonden aan de RIJP. Als voorzitter werd de heer Mulder gekozen en ik als secretaris. De RIJP was wel in het bestuur vertegenwoordigd door de heer ir. J.C. de Koning. De Stichting Welzijn kon aan het werk. De overheid gaf subsidie voor samenlevingsopbouw, 95%, en de plaatselijke overheid gaf de resterende 5%. We konden een functionaris aanstellen.

We hebben mejuffrouw Greet Hettinga in 1969 benoemd. Zij had in Friesland ervaring met buurthuis- en jongerenwerk. Greet was zeer geïnteresseerd in dit nieuwe gebied en werkte zich snel in. Zij kreeg zicht op wat nodig was en wie wat kon doen. Zij stimuleerde de oprichting van een peuterspeelzaal, zij gaf de aanzet tot de schoolbegeleidingsdienst en zij heeft geholpen bij het opzetten van het jeugdwerk. Zij wist waar en hoe jeugdproblemen kunnen ontstaan. Om te voorkomen dat te veel activiteiten op dezelfde tijd zouden plaats vinden, kwam de gids Kijk In, waaruit later de gemeentegids voor alle huishoudens is voortgekomen.

Bron: J.G. in ’t Veld-Janse, Manuscript van Koffers vol dromen. Verhalen uit Drontens verleden 1957-1982 (Dronten z.j.) 30.

Alle rechten voorbehouden