“Je moet de tuin een beetje bijhouden!”

1 geïnteresseerde

Om in aanmerking te komen voor een woning in Lelystad moest de kandidaat een economische binding met Lelystad hebben. Toen Lelystad werd opengesteld voor de Amsterdammers werd deze voorwaarde losgelaten. Jan Poelhekke vertelt.

Aankomst van nieuwe bewoners aan de Kempenaar te Lelystad,

[De eerste Amsterdammers kwamen terecht] hoofdzakelijk in de Kempenaar en de Schouw. Het waren allemaal Nederlanders, dus ze mochten allemaal bij elkaar wonen. Op een gegeven moment krijg je zoveel Amsterdammers op een kluitje hier. Het waren voornamelijk forenzen vaak; ze werkten allemaal in Amsterdam en ze moesten allemaal pendelen…. Driekwart van de Amsterdammers die hier kwamen wonen waren forenzen….

In het begin was het zo als je een woning wilde hebben, je in Lelystad ook werk moest hebben. Dat was dus werk en de woning. Later werd dat vrijgegeven. Onder leiding van Lammers [landdrost openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders] zijn we toen met de staf en de raadsleden van de gemeente Lelystad naar Amsterdam geweest. Daar werden we ontvangen door de raad van Amsterdam. Toen zijn we met een busje de wijken ingegaan (de Kinkerbuurt waar mensen drie hoog achter wonen). Die kregen hier toen een woning in de Kempenaar met een tuintje erbij. Dat was voor hun geweldig, maar ja, ze kennen geen tuin. Wat gebeurt er? Het onkruid groeit daar soms tot de hemel! Ik weet nog dat de plantsoenendienst daar altijd even langs ging om te zeggen: “Je moet de tuin een beetje bijhouden!”

Bron: Batavialand te Lelystad, Project Nederlanders – Wereldburgers, interview met Gerda en Jan Poelhekke op 11 december 2012 te Lelystad.

Alle rechten voorbehouden