“Zo langzamerhand wende je er aan”

Hoe het open land langzaam maar zeker in een bos veranderde

Jannie Tuin-Klok ging in 1980 met haar echtgenoot, die jachtopziener was, wonen aan de Flediteweg in de huidige gemeente Zeewolde. Ze woonden in één van de twee huizen op het terrein van het drinkwaterstation. Dit deel van Zuidelijk Flevoland was toen nog leeg en kaal. Na verloop van tijd werden er steeds meer bomen geplant. Dit was voor het gezin Tuin een hele verandering, want zij waren de open polder gewend. Jannie Tuin-Klok vertelt:

Bos rond de huidige golfbaan van Zeewolde, 1986

Ze plantten eigenlijk ieder jaar een stuk aan. Dat kostte natuurlijk ook ontzettend veel geld, en je kon ook alleen in een bepaalde periode planten. Wanneer ze daar mee begonnen zijn? Ik denk rond 1985, maar dat durf ik niet te zeggen. De eerste percelen liepen vanaf het pompstation richting de kern van Zeewolde. Daar loopt een tocht en daar werd het eerst aangeplant. Ze hebben langs de wegen eerst aangeplant, zodat ze toch binnenin nog akkerbouw hielden. Ze hebben het bos in stroken aangeplant. Dat waren heel veel populieren. Het merendeel was populieren. Ja, die groeiden snel. Dat was voor het hout, want het waren productiebomen. Het bos is aangeplant als productiebos. Die bomen haalden ze er weer af. Dat wordt nu nog steeds gedaan, en dan wordt het bos weer opnieuw aangeplant.

Voordat die bomen zo hoog waren dat je er niet meer overheen kon kijken, gingen er toch heel wat jaartjes overheen. Zo langzamerhand wende je eraan. De gedachte was eerst van: “Oh, dan zit je zo opgesloten.” We waren zo gewend om van je af te kijken, je ziet alles op je af komen hè, het gevaar of wat het ook was. We dachten eerst dat we ons heel erg opgesloten zouden voelen, maar het ging zo langzaam.

Bron: Landschapsbeheer Flevoland, project Oral History Zeewolde, interview van Sjoukje Jager met Jannie Tuin-Klok, 18 maart 2019.

Alle rechten voorbehouden